Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS; oude naam: meervoudige persoonlijkheidsstoornis)
Psychische aandoening waarbij een patiënt afwisselend twee verschillende identiteiten (= persoonlijkheden = alters) kan aannemen, die elkaars verleden niet lijken kennen. Hierbij treedt ook geheugenverlies (= amnesie) van persoonlijke ervaringen op.
Dissociatieve identiteitsstoornis komt vaker samen met één of meer andere psychische stoornissen voor.
Mogelijke
verschijnselen
(o.a.)
Afwisselend normaal en chaotisch leven, angst (ademhalingsstoornissen, versnelde hartslag, hartkloppingen), hoofdpijn en andere lichamelijke pijnen, geheugenverlies (= amnessie) dat vaak de periode tussen 6-12 jaar betreft, afwijkend tijdsbesef, paniek-aanvallen, epileptische aanvallen, eetstoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrene verschijnselen (psychosen), lichamelijk- en psycho-seksuele stoornissen, de-personalisatie (= vervreemding van zichzelf) en de-realisatie (vervreemding van de realiteit), obsessief bezig met zelfbeheersing en overheersing van anderen, depressiviteit, overmatig alcohol- en drugsgebruik, waanvoorstellingen (= hallucinaties), zelfmoordneigingen
Mogelijke
oorzaken
(o.a.)
Kindermishandeling (= belangrijkste oorzaak), verkrachting of incest op jeugdige leeftijd, groot verlies (bijv. van een of beide ouders), ernstige ziekte, hevige stress.
Mogelijke
behandelingen
(o.a.)
-
psychotherapie
(intensief en langdurig), o.a. om de twee verschillende persoonlijkheden weer tot één te maken
-
hypnose
: om psychische pijn te verlichten
-
psychofarmaca
, waaronder
angst-dempende middelen
(= anxiolytica) en
anti-depressiva
- psychiatrische opname
zie ook:
dissociatieve aandoeningen
Terug naar
psychische aandoeningen