Schietschijven
Titi Koolsbergen: “Dit filmpje bestaat uit drie korte scènes van dezelfde bloeddruppel. Het gaat om vers bloed: het is afgenomen en direct onder microscoop gelegd. In de eerste scène zie je gewone rode bloedcellen met aan de rechterkant in het midden twee grotere structuren. Dit zijn twee actieve witte bloedcellen. Ze hebben van alles in zich ingesloten, overeenkomstig hun taak. We hebben diverse soorten witte bloedcellen. De functie van déze witte bloedcellen is het opeten van alles wat in het bloed niet thuishoort. Deze bloedcellen noemen we de microfagen. Het zijn de kleine stofzuigers in het bloed. Wat ze verteerd hebben, spugen ze weer uit.
In de tweede scène zie je in het centrum een rode bloedcel die, in mijn optiek, iets in zich heeft. Wat? Dat weten we niet. Tijdens de studie geneeskunde leren we dat alleen bepaalde parasieten zich in de rode bloedcel kunnen bevinden. En dan vooral de Malaria en tegenwoordig ook de Babesia, die ook in verband wordt gebracht met de ziekte van Lyme. Maar dit is niet de Malaria of Babesia. En toch is het een soort ‘schietschijf’-cel. In de literatuur worden rode bloedcellen met schietschijf-structuren in verband gebracht met bepaalde micro-organismen. Het is in elk geval een afwijkende rode bloedcel. Ik zou zeggen: laat iemand die ervoor geleerd heeft dit eens nader onderzoeken.
Bij het begin van de derde scène zien we rechts van het midden een soort walnoot. Ik denk dat het een witte bloedcel is. Maar het is geen microfaag, want die is veel groter. Het is mogelijk een lymfocyt, een witte bloedcel die antistoffen maakt tegen virussen. Het kan ook iets anders zijn, bijvoorbeeld een parasiet. Ik heb zelfs bloed gezien waarin ik wormeitjes meende te herkennen. Ik dacht: ik word gek, dit kan niet. Maar ik herkende de afbeeldingen uit de literatuur. De scène eindigt met een reis langs een aantal rode bloedcellen, waarbij je na 20 seconden links nog een micro-organisme voorbij ziet komen in de vorm van een piepklein zwart bolletje. Dit is verder normaal bloed, waarin niks te beleven valt. We zien heel weinig micro-organismen. Hier en daar één enkel ‘watervlooitje’, zoals ik dat dan noem. De opname is het resultaat van de combinatie van een microscoop die vierhonderd keer vergroot met een videocamera die het nog eens met een factor tien opblaast. Het bloed is dus ongeveer vierduizend keer vergroot.”