Stotteren is geen spraakprobleem, maar een sociale fobie. Dat zegt Pieter Frijters, van Frijters Mindtuning.
Vloeiend spreken is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Stotteraars herhalen woorden, verlengen letters of lopen vast in een zin. Stotteren is niet alleen een stoornis in de timing en coördinatie tijdens het spreken. Ook de ademhaling speelt mee. En als iemand gestrest is, kan dit het stotteren bovendien verergeren.
Pieter Frijters benadert stotteren niet als spraakprobleem, maar als een sociale fobie. “Iedere stotteraar kan wel zingen zonder te haperen en bijna alle stotteraars kunnen prima spreken met hun dieren en met kleuters, zolang er maar geen pubers of volwassenen in de buurt zijn.” Dit is volgens hem reden te meer om aan te nemen dat stotteren geen spraakprobleem is en dus een andere oplossing vereist, want logopedie werkt niet. “Kinderen leren op die manier een onnatuurlijke manier van spreken aan, waarbij de focus ligt op de ademhaling. Met een bepaalde middenrifademhaling kunnen stotteraars een hele volzin uitspreken”
Deze methode is lastig vol te houden, vooral wanneer je een heel gesprek wilt voeren. Spraaktherapie verergert het probleem doordat er teveel nadruk wordt gelegd op het probleem, aldus Frijters. De oplossing volgens hem is om het ‘programmafoutje’ dat stotteraars hebben, te verhelpen. “Door de lichaamstaal synchroon te laten lopen met de stem, oogcontact te maken en de sociale druk weg te nemen, zijn veel stotteraars binnen korte tijd genezen.”