Een mens heeft dagelijks dertig tot veertig gram voedingsvezels nodig.
Ze bevorderen de spijsvertering, stoelgang en sommige typen beschermen tegen hart- en vaatziekten. Uit onderzoek door de Consumentenbond blijkt dat broccoli het meest vezelrijke voedsel is, gevolgd door bospeen, rode kool en sperziebonen. Brood, groente, fruit en peulvruchten zijn belangrijke bronnen van voedingsvezel. Acht gram bessen en drie gedroogde vijgen bevatten tezamen elf gram vezels. Aardappelen en volkoren brood bieden ook veel vezels. Pasta en rijst juist niet, tenzij je kiest voor zilvervliesrijst of volkoren pasta. Gemiddeld gezien komen Nederlanders niet aan de aanbevolen hoeveelheid voedingsvezels.
[15 april 2009]
Bron: EXED®