Een volkstuintje is niet alleen gezond vanwege de verse boerenkool, sla en komkommer die je zo uit de tuin kunt plukken. Er zijn meer gezonde redenen om een moestuin te beginnen.
Zestigplussers met een volkstuintje krijgen veel meer beweging en zijn daarom gezonder en fitter dan leeftijdsgenoten die niet zo'n plekje groen bezitten. Dat blijkt uit het onderzoek naar het gezondheidseffect van volkstuinen van Agnes van den Berg van onderzoeksbureau Alterra, onderdeel van Wageningen Universiteit. Volgens Alterra zou het goed zijn als de overheid tijdens de vergrijzing de aanleg van volkstuintjes stimuleert. Zo blijven ouderen in beweging en dat houdt ze fitaal.
Mét en zonder volkstuin
Van den Berg vergeleek twaalf volkstuinbezitters van zestig jaar of ouder met ouderen zonder volkstuin. De oudere tuinbezitters kregen opvallend meer lichaamsbeweging. Dat verschil was er niet onder mensen jonger dan 62 jaar. Dat kan komen doordat jongeren minder actief bezig zijn in hun volkstuin en het tuintje vooral gebruiken om buiten te kunnen zitten, of dat jongere mensen zonder volkstuin toch wel bewegen.
Het aantal volkstuinen in Nederland ligt op dit moment rond de 240.000, verdeeld over ongeveer duizend complexen. In de achttiende eeuw werd de eerste volkstuin in leven geblazen, zodat fabrieksarbeiders die buiten de stad woonden zelf groenten konden verbouwen. Tegenwoordig hebben weinig mensen nog een volkstuin voor de opbrengst. Het is volgens de onderzoekster vooral een vorm van recreatie geworden. Van de mensen die een volkstuintje hebben, is het merendeel gepensioneerd. Deze club is vooral in de zomer erg actief aan het tuinieren: gemiddeld 32 uur per week.
Van den Berg hoopt met dit onderzoek nog meer zestigplussers de tuin in te lokken.